De coronacrisis was complex. Naast een gezondheidscrisis was er sprake van een economische en een maatschappelijke crisis. Deze crises staan niet op zichzelf, maar zijn op diverse manieren aan elkaar verbonden. Om de maatschappelijke impact van de coronacrisis inzichtelijk te maken, voerden we een systeemanalyse uit die verschillende levensdomeinen in samenhang onderzocht. Door literatuuronderzoek en online groepssessies met experts hebben we kennis uit uiteenlopende vakgebieden gebundeld tot een samenhangend model.
Het project
Om inzicht te ontwikkelen in complexe problematiek moeten we los komen van een focus op dagelijkse gebeurtenissen en reactief handelen. In de verzameling van vele losse gebeurtenissen kunnen we trends ontdekken: enkele voorbeelden zijn dalende arbeidsparticipatie en stijgende eenzaamheid. Dit noemen we het ‘gedrag’ van het systeem. In dit geval is het systeem de Nederlandse maatschappij. Door het gedrag van een systeem in kaart te brengen krijgen we een veel beter zicht op wat er gebeurt. Inzicht volgt uit begrijpen waarom bepaalde trends in het gedrag zich aftekenen. Met behulp van een systeemanalyse brengen we de mechanismes van het systeem in kaart die tezamen het gedrag creëren.
Dit model is gestructureerd middels zeven thema's:
- Fysieke gezondheid
- Psychische gezondheid
- Gezin & ontwikkeling
- Werk & inkomen
- Veiligheid
- Cohesie & participatie
- Welbevinden & veerkracht
Onze aanpak combineerde kwalitatieve methoden met kwantitatieve data. Dit hielp om aannames te toetsen en het model beleidsrelevant te maken. Zo konden we bijdragen aan een meer genuanceerde beleidsdiscussie, waarbij de nadruk verschoof van doelgroepdenken naar risicokenmerken. De studie benadrukte het belang van investeren in de versterking van veerkracht binnen de samenleving.
Het resultaat
Uit de analyse bleek dat de verschillende thema's en bijbehorende risicokenmerken nauw met elkaar verbonden zijn. Binnen enkele thema's tekenden zich ten tijde van het onderzoek al pijnlijke effecten af, in enkele thema's bleef het nog bij zorgen. De effecten zullen echter nog lange tijd doorwerken. Veerkracht bleek een centrale rol te spelen in de doorwerking van de crisis op personen en huishoudens. Op basis van de resultaten zijn enkele aanbevelingen gedaan om het overheidsbeleid te kunnen richten én zicht te houden op de ontwikkelingen binnen de zeven thema's.
Fysieke gezondheid
De coronacrisis is gestart als een gezondheidscrisis, met soms ernstige gevolgen voor de gezondheid voor hen die besmet raken met het COVID-19 virus. De zorgvraag die hieruit volgde zorgde voor een grote druk op ziekenhuizen. Dit had zijn weerslag op de toegankelijkheid van de zorg, die onder druk kwam te staan. Enerzijds heeft dit geleid tot uitgestelde zorg, anderzijds tot zorgmijding wat blinde vlekken in de zorgvraag veroorzaakte (niet-gediagnostiseerde ziekten). De lange duur van de gezondheidscrisis heeft op meerdere plekken zijn tol ge-eist, met afnemende beschikbaarheid van zorgpersoneel en de effecten die dit had op het zorgaanbod.
Psychische gezondheid
Naast de fysieke gezondheid had de coronacrisis ook zijn effect op de psychische gezondheid. Na ‘flitsrampen’ en ‘sluipende rampen’ (waaronder pandemieën) is er een toename van depressie, angst, PTSS, suïcidaal gedrag, huiselijk geweld, gebruik van verdovende middelen en medisch onverklaarbare somatische symptomen. Na het meemaken van een ramp kan de gezondheid van een kleine groep langere tijd ontregeld zijn en kunnen klachten nog op de lange termijn toenemen. In Nederland zagen we dat een groot deel van de Nederlandse bevolking redelijk stabiel was als het ging om de psychische gezondheid. Vooral jongeren in de leeftijd van 16-24 jaar vertoonden echter gedurende de crisis grote veranderingen wat betreft psychische gezondheid.
Werk & inkomen
De maatregelen die waren ingezet om het virus te bedwingen hebben een grote impact gehad op de economische activiteit. In specifieke sectoren en voor specifieke groepen in de beroepsbevolking heeft dit geleid tot een flinke daling in de vraag naar arbeid. Er waren ook positieve ontwikkelingen waarneembaar. Mensen vonden werk in sectoren die wel groeiden of waar nog altijd sprake was van een krappe arbeidsmarkt. De economie bleek veerkrachtiger dan aanvankelijk gedacht. Desalniettemin dreigde voor een deel van de Nederlanders een (langdurig) inkomensverlies en risico op problematische schulden, met alle gevolgen van dien.
Cohesie & participatie
De contactbeperkende maatregelen zorgden voor een afname van het aantal ontmoetingen. Dit maakte het lastiger om mensen ‘binnenboord’ te houden. Daarmee waren de maatregelen een risico voor uitsluiting van (kwetsbare) personen in onze maatschappij. De sociale cohesie in de samenleving werd zowel positief als negatief beïnvloed. De crisis heeft (op lokaal niveau) diverse nieuwe burgerinitiatieven tot stand gebracht waar mensen elkaar ontmoeten die dat voorheen nog niet deden, dit bevorderde de sociale cohesie. Het afnemende vertrouwen in de overheid had juist een negatief effect op de sociale cohesie. Er ontstonden in de samenleving nieuwe scheidslijnen.
Veiligheid
De coronacrisis en contactbeperkende maatregelen hadden op verschillende manieren een impact op de veiligheid gehad. Zo heeft een verandering in de gelegenheid voor diverse vormen van criminaliteit tot een verschuiving, weg van het fysieke domein geleid. High-impact crimes als overvallen of woninginbraken zijn gedaald en cybercriminaliteit en oplichting zijn juist gestegen. De stijging in cybercrime werd deels veroorzaakt door online fraude. Het veiligheidsgevoel in de samenleving werd ook beïnvloed door de coronacrisis. Verschillen in het draagvlak voor coronamaatregelen en polarisatie vormden een risico voor conflicten. Demonstraties hadden het risico uit te lopen op rellen.
Gezin & ontwikkeling
De coronacrisis raakte elk huishouden in Nederland. Een grote meerderheid van de volwassenen en kinderen vonden de situatie zwaar en hun welbevinden stond onder druk. Het mogelijk oplopen van spanningen in gezinnen leidde tot grote zorgen over een toename in huiselijk geweld en kindermishandeling. Hier leek geen sprake van te zijn alhoewel risicofactoren ernstig toenamen. Wel waren er gevolgen van het sluiten van scholen en afstandsonderwijs. De leerontwikkeling van basisschoolleerlingen werd geremd en het effect leek nadelig voor kinderen met laag opgeleide ouders. Beroepsopleidingen in sommige sectoren kwamen in de knel door een gebrek aan stageplaatsen, de studievoortgang in het hoger onderwijs leek niet geremd.
Welbevinden & veerkracht
Een groot deel van de Nederlandse samenleving toonde zich veerkrachtig in deze crisis. Verschillen in psychisch welbevinden tussen groepen met verschillende sociaal economische status zijn door de crisis versterkt. Dit is onder andere een gevolg van de economische gevolgen van de crisis die kwetsbare groepen vaker en harder raken. De mentale druk die reeds aanwezig was bij jongeren en jongvolwassenen is door de crisis toegenomen. Rust, minder reistijd en meer gezinstijd zijn effecten van de coronacrisis die het welbevinden positief hebben beïnvloed.
Het belang
- Maatschappelijk: In het (publieke) debat werd veel gesproken over het ontstaan van nieuwe risicogroepen. Deze studie kon hier nuancering in aanbrengen. Een groot deel van de Nederlanders bleek veerkrachtig te zijn en zich aan te kunnen passen aan de nieuwe situatie. Groepen die wel problemen ondervonden hadden juist een combinatie van reeds bestaande risicokenmerken waardoor ze kwetsbaar waren geraakt door de crisis. Het belang om te investeren in beleid wat veerkracht stimuleert kon met deze studie worden onderschreven.
- Methodisch: Ten tijde van de coronacrisis werd er veel data verzameld. Deze studie betrof een kwalitatieve systeemanalyse, maar waarbij in de analysefase nadrukkelijk ook kwantitatieve data werd gebruikt. Het integreren van kwantitatieve data in kwalitatieve modellen hielp om aannames te testen en de modelontwikkeling te ondersteunen, waardoor beleidsmakers verder weg konden bewegen van intuïtie en speculatie.
"Ik pak de studie er echt nog heel vaak bij om iets toe te lichten."
"We gaan steeds meer af van doelgroepen naar risicokenmerkend denken"







